Onze Logo

"de Schorpioen"

Geven nooit op!

Nooit bang!

Sportief

A-1

"de Schorpioenen"

S.V.Honselersdijk

"Fairplay"

A-1 Schorpioenen

"Onze kracht"

 

De Schorpioen

De Schorpioen, een Strijder die klein maar gevaarlijk is.  Zijn uiterlijk geeft een waarschuwing van kracht, en wordt ook vaak gevreest!.  De Schorpioen doet wat hij wilt, is brutaal maar eerlijk en vecht alleen als uitgedaagt.

De A-1 Schorpioenen zoeken hun kracht van binnen uit, hun eigen kwaliteit herkennen dat weer terug gevonden wordt in het samen spel. 

Pas-op de "Sting"

 de A-1 Schorpioenen willen aanvallend voetballen, snel toeslaan en de tegenstander knijpen.

Sportief strijden tot de laatste minute, een schorpioen geeft nooit op...

 

A-1 Schorpioenen


Het zijn zonder uitzondering bestendige dieren, die in extreme omstandigheden kunnen overleven.

In totaal zijn er minimaal 1829 soorten[1] schorpioenen, die bijna allemaal leven in de tropen, veel soorten leven ook in woestijnen. Kleinere soorten leven vaak maar een jaar, maar grotere soorten zijn pas na meer dan 5 jaar volwassen

Het lichaam van een schorpioen bestaat uit een kopborststuk (1, ook wel cephalothorax of prosoma) en een achterlijf (2 en 3, ook wel abdomen of opisthosma). Het voorste deel van het achterlijf is opgebouwd uit zeven segmenten en is dikker, bevat de organen en wordt mesosoma genoemd (2). De staart van de schorpioen (3), is dus onderdeel van het achterlijf. De staart bestaat uit 5 segmenten en wordt metasoma genoemd. Aan het einde zit de telson (11) met de gifstekel (10). Aan de voorzijde zitten de monddelen, die cheliceren worden genoemd (6).
Een schorpioen heeft vijf paar gesegmenteerde poten (5), vier looppoten en twee tasterpoten waarvan het voorste paar (4) sterke scharen heeft (7). De scharen zijn het laatste segment van de tasterpoten en bestaan uit een onbeweegbaar deel (9) en een beweegbaar deel (8). Aan de onderkant zit het sternum of buikschild, de genitaalheuvel en de pectines (12). Dit is een soort
kam-vormig orgaan dat onder de achterste poten hangt en de grond aftast. Met de pectines wordt de geur van prooidieren waargenomen maar ook eventuele partners kunnen worden opgespoord. Aan de achterkant van de onderzijde heeft de schorpioen vijf buikplaten. Aan de bovenkant zitten achter het rugschild, dat de kop en borststuk verbindt, zeven rugplaten.
Een schorpioen heeft twee ogen voorop het halsschild en geen of vijf paar ogen aan de zijkant van het rugschild. Met de ogen aan de zijkant ziet de schorpioen weinig. De schorpioen heeft vier paar
boeklongen die gepositioneerd zijn aan de onderkant van het laatste segment. De huid van schorpioenen houdt het water vast, zodat veel soorten in heel droge gebieden kunnen overleven. Schorpioenen hebben geen felle balts- of schrikkleuren, hoewel sommige soorten naar blauw of paars neigen, maar vertrouwen op de camouflage. Soorten die in woestijngebieden leven zijn meestal zandgeel gekleurd en soorten die de bosbodem in regenwouden leven zijn veel donkerder. Dit heeft te maken met de nachtelijke levenswijze; overdag zit de schorpioen verstopt en pas 's nachts gaat hij jagen. Kleinere soorten schorpioenen blijven onder de centimeter, grotere soorten kunnen langer dan 20 cm worden.

 

Schorpioenen zijn nachtactief en leven van insecten en spinnen. Grotere soorten pakken wel eens kleine gewervelden. De prooi wordt opgemerkt met haren die trillingen opvangen die op de grijpscharen zitten. Schorpioenen grijpen de prooien beet met de scharen en rijten deze aan stukken met de chelicerae (dat zijn grote kaken aan de zijkant van de mond), of vermorzelen deze met de scharen. Daarna wordt de prooi met de scharen ontleed en met de monddelen opgegeten, waar het dier uren mee bezig kan zijn. Alleen als de prooi zich verzet, gebruikt de schorpioen zijn gifstekel.

Bij een steek buigt de schorpioen zijn staart naar voren over het lichaam heen en doorboort de prooi met de punt. Als een schorpioen wakker is, staat zijn staart overigens altijd omhoog gericht

Als algemene regel kan gesteld worden: hoe kleiner de scharen, hoe groter de gifstaart en de giftigheid